MIJN ONTWIKKELING2019-03-28T20:00:40+00:00

MIJN ONTWIKKELING

“Tegen de tijd dat ik 25 was had ik mijzelf geleerd om fotorealistisch te schilderen”

Mijn moeder vertelde me enigszins teleurgesteld dat mijn eerste tekeningen niet zo veel voorstelde. Terwijl mijn leeftijdsgenootjes al echte poppetjes tekende, maakte ik alleen nog maar ‘vogelnestjes’ (rondjes) en ‘slangen’ (lijnen). Maar ik had er wel enorm veel lol in en bleef altijd dieren tekenen. Zo heb ik eindeloos dieren nagetekend uit De ark van Noach door Rien Poortvliet en tekende ik buiten de kikkers en koeien na. Op school haalde ik de hoogste cijfers van de klas voor tekenen. Maar soms tekende ik ook onder het rekenen en kreeg ik op mijn kop van de meester.

1988

Ik kan me helaas  niet meer herinneren dat ik deze tekening maakte. Maar ik vind het grappig dat je echt een verschil ziet tussen het kuikentje en de eend (links onder). Kuikentjes zijn inderdaad vrij bol en eenden meer langwerpig. Ook zie je bij eenden de poten niet als ze zitten of zwemmen.

1989

Het tekenen van dieren met maar 2 poten is typerend voor 6 jarigen. Ook een duidelijke ‘horizon’ in plaats van alles over de pagina te laten dwarrelen hoort bij deze leeftijd. Bron: tekenjewijs.nl

1990

Ik kan me nog vaag herinneren dat ik deze olifant tekende. Ik wilde hem goed tekenen, dus bekeek eerst plaatjes van olifanten. Zoals je ziet had ik het oor en lijf eerst anders getekend en later verbeterd. Toen ik de zolder van mijn ouders opruimde kwam ik letterlijk bergen tekeningen tegen. Bij veel daarvan had ik dingen tig keer uitgegumd en opnieuw getekend, net zolang tot ik tevreden was.

1992

Achterop deze tekening staat “Mijn droomwereld”. Ik tekende deze uit mijn hoofd bij mijn vriendinnetje Eveline in Boskoop. Eerder had de moeder van Simon, Liesbeth een paard op het schoolbord getekend waar ik erg van onder de indruk was. De benen waren namelijk geen ‘stokjes’, maar hadden gewrichten en spieren. Dat probeerde ik hier na te doen.

1994

Deze tekening maakte ik in groep 7 bij meester Bert op de Immanuel school in Boskoop. Destijds hadden de leraren van die kleine kaartjes met afbeeldingen van dieren voor als er iemand jarig was. Hij vroeg iedereen een kaartje uit te zoeken en zo goed mogelijk na te tekenen. Meester Bert gaf uit principe nóóit een hoger cijfer dan een 8, maar hij was zo onder de indruk dat ik een 9 kreeg!

1997

Dit is de boomkwekerij van oom Peter in Hazerswoude. Nageschilderd van een foto die ik zelf vanaf de houten brug had genomen. Het materiaal dat ik gebruikte was een eigen experiment van pastelkrijt met een nat penseel.

2000

Dit olieverf schilderij maakte ik voor oma van Eldik in Den Haag. Hij is gebaseerd op een foto die zij uit de krant had geknipt. Ze vond vooral de ‘witte handschoentjes’ zo ‘snoezig’. Op de lijst schilderde ik er nog kleine roze bloemetjes, een kevertje en een slakje bij. Mijn oma was erg blij met het schilderij en het hing boven de open haard tussen originele werken van Haagse kunstenaars.

2008

Dit olieverf schilderij maakte ik voor mijn moeder in Frankrijk. Met dit werk bereikte ik mijn doel om fotorealistisch te kunnen schilderen.

2010

Dit is misschien wel het werk waar ik tot op heden het meest trots op ben. Ik heb er meer dan 100 uur aan geschilderd, over een periode van een jaar. Het is geïnspireerd door de stroming van het magisch realisme en door mijn fietstocht die ik elke werkdag langs de Amstel maakte. Fotorealisme was niet lager mijn streven, omdat ik zoiets had van ‘Waarom niet gewoon een foto maken als je iets fotorealistisch wilt?’ Ik begon meer vanuit mijn eigen verbeelding te schilderen.

2017

Na jaren experimenteren ontdekte ik min of meer bij toeval mijn eigen stijl door pastelkrijt en aquarel te combineren. Het is niet mijn ambitie om ‘Kunst met een grote K’ te maken. Op de één of andere manier lijkt de ongeschreven regel daarvoor namelijk te zijn dat het niet vrolijk en lief mag zijn. Mijn doel is om mooie, lieve, luchtige werken te maken die mensen een glimlach geeft en die dieren helpt om als individu gezien te worden.

CONCLUSIE

Ik denk wel dat ik aangeboren talent heb. In beide kanten van de familie hebben we creatievelingen. Maar ik heb ook letterlijk tientallen jaren getekend. Als ik dat niet had gedaan, had ik nu misschien nog steeds als een ‘talentvolle 9 jarige’ getekend. Ik ben blij dat ik altijd heb getekend en er nu mijn beroep van heb kunnen maken. Misschien is het plezier in tekenen wel belangrijker dan talent. Plezier zorgt er namelijk voor dat je je blijft ontwikkelen.